Overslaan en naar de inhoud gaan

Soep met croutons

Schrijfsel over een naaste die in rouw is en wat we werkelijk kunnen doen. Omdat we nog zoveel kunnen leren rond omgaan met de dood.

2 minuten leestijd

Als je mama sterft, kom ik naast je zitten, dezelfde dag nog en de dagen erna, de weken erna, de maanden erna, de jaren erna.

Ik leg mijn armen rond je tere lichaam zodat je niet kan uiteenvallen, in stukjes die zich nooit meer helemaal zouden lijmen.

Ik breng je soep die vanzelf binnenglijdt en croutons voor dat extra gelukje.

Ik vraag je niet ‘of’ ik iets kan doen, maar ‘wat’ ik kan doen, waar je nood aan hebt, wat je deugd zou doen. En als je tegenpruttelt, doe ik het toch voor je.

Ik vouw je was op en orden je kleren in je kast, volgens kleur van donker naar licht. Ik steek een nieuwe vuilzak in je afvalemmer en druppel er lavendel in. Ik geef de kippen een extra portie graan en laat je hond uit. Ik pluk margrieten, papavers en korenbloemen en vul in elke ruimte een vaasje.

Ik vraag je over haar te vertellen, hoe ze was, als vrouw, als moeder, als vriendin. Wat haar grootste verdriet en kleinste gelukjes waren. Of ze van wijde jurken of strakke broeken hield en of ze haar haar liet wapperen in de wind. Hoe ze haar leed droeg en haar vreugde deelde. Of ze lachputjes en lachrimpels had of eerder diepe groeven.

Ik luister naar hoe ze gestorven is, wat haar laatste woorden waren, wat ze deed net voor ze overging. Ik wil weten waar jij was op dat moment, wat je voelde, dacht en zei. Of het moment volmaakt was of rauw, pijnlijk en onaf.

Ik luister opnieuw naar hoe je mama was, naar hoe ze gestorven is, naar hoe je mama was, naar hoe ze gestorven is.

Ik laat je huilen en vang je tranen in mijn schoot terwijl ik zachtjes door je haren streel en je in slaap neurie.

De dagen erna, de weken erna, de maanden erna, de jaren erna.