Overslaan en naar de inhoud gaan

Laat me het bos in

Kortverhaal over de drukte van het leven, een ode aan alle ouders die zich een weg banen door de septembermaand.

2 minuten leestijd

Een bak met twee gekleurde hoofdjes duwt ze voor zich uit. Leonie trapt en kromt haar rug om zichzelf in te halen.

Met een snelheid waarmee ze haar eigen record van de dag voordien overtreft, scheert ze langs dampende wagens en troepjes jongeren. Ze verzamelen op hoeken en pleinen om samen de tijd te rekken. Leonie vraagt zich af of ze dat ook nog zou kunnen, tijd rekken, en of ze haar onschuldige blijheid daarin zou terug vinden.

Wanneer ze door de schoolpoort stapt, twee kinderen aan haar handen die hollend het tempo bijhouden, rinkelt de bel genadeloos over de speelplaats. Netjes op tijd, denkt ze, en ze lacht om de eerste overwinning van de dag. Ze zwaait naar haar meisjes en kijkt ze nog even na, alsof ze zeker wil zijn dat ze broek, jas en schoenen aan hebben. Het is haar gelukt. Tot zover geen rampen.

Leonie springt opnieuw de fiets op en rijdt tien minuten naar het werk. Ze zou er ook op vijf minuten kunnen zijn, maar ze gunt zichzelf een ommetje langs de holle weg naast de oude spoorbaan. In het voorjaar geniet ze van de bosanemonen die de belofte van nieuw leven in zich dragen. Nu overschaduwen oude eiken en weelderige beuken de lage begroeiing. Het geeft haar een veilig gevoel. Terwijl ze stevig doortrapt, laat ze haar hand glijden langs de zachte varens die druppels water met haar delen. Frisse ochtendlucht prikkelt haar neus. Ze snuift en blaast alsof dit haar enige kans is op lang en diep ademen.

De werkdag vliegt voorbij en wanneer Leonie de twee gekleurde hoofdjes opnieuw in de bakfiets hijst, vraagt ze zich af of ze vandaag wel echt op haar werk geweest is. Drukke verhalen van zandgevechten, geplette koeken, stomme Joris en ‘weet je mama hoe groot een dinosaurus is’, vullen haar hoofd. Ze doet haar best om te luisteren terwijl ze het menu voor de avond plant.

‘Luister je wel, mama?’ roept de jongste.

‘Jazeker,’ antwoordt Leonie. ‘We moeten nog even langs de winkel.’

Gekleurde hoofdjes uit de bakfiets en in de winkelkar hijsen, rijen doorlopen, de rij met snoepgoed vermijden, kar vullen, praatje met de buurvrouw omzeilen, afrekenen en naar huis.

Wanneer ze het tuinpoortje achter zich sluit, weet ze dat er nog een lange avond op haar wacht. Dagen zijn tekort, nachten ook. Enkel to-do-lijstjes zijn te lang, alsof ze zich vanzelf aanvullen.

Als de meisjes in bad zitten en ze de resten van het zandgevecht uit hun haren wast, mijmert ze.

Laat me het bos in lopen.

Verwonderen en verdwalen.

Laat me het bos in.

Laat me.