Skip to main content

De Brug

Kortverhaal over de durf om te veranderen

3 minuten leestijd

De vrouw valt niet op. Met haar felrode stiletto’s en maxi-jurk van roze zijde past ze perfect tussen de passanten op de sjieke boulevard. Oudere dames op onberispelijke hakken houden zich recht aan de stijf gevouwen arm van hun man. In stilte gehuld en blikken op oneindig. Er valt niet veel meer te zeggen in het eentonig landschap van elkaar in hoogte en lengte overtreffende jachten aan de kade.

De vrouw flaneert tussen de koppeltjes. Ze beweegt haar heupen extra uitdagend waarbij haar zachte zijden jurk gul in het rond wappert. Nog één keer alles geven, denkt ze. Ze versnelt haar pas, draait en kronkelt door de menigte. Haar krullen wild in de zeebries. Haar brede glimlach matcht met deze van de andere dames. Ook de hare verbergt een eenzaamheid van onschatbare diepte.

Met een vastberadenheid wandelt ze de brug op. Op het hoogste punt houdt ze halt. Deze plek kent ze.

Ontelbare keren draaide ze hier haar gezicht naar de camera, kin een beetje hoger, of toch lager, blik een tikkeltje meer naar rechts. Haar beste kant in beeld. Ze leerde hier wachten, op de juiste lichtinval, het perfecte moment, op goedkeuring van fotografen en regisseurs. En op voldoening die nooit zou komen.

Vandaag is haar momentum. Ze draait zich om, weg van de menigte en staart in het water. De zachte stroming hypnotiseert haar en brengt haar in de juiste stemming om wat ze zo vaak geoefend heeft in haar hoofd, tot werkelijkheid te brengen.

Ze bukt zich, trekt haar stiletto’s uit en gooit ze met volle kracht het water in. In enkele seconden neemt de stroming ze mee en verdwijnen ze onder de brug. Ze ontlaadt een zucht. De grond onder haar blote voeten voelt ruw en warm, onwennig maar niet onaangenaam. De menigte schrijdt verder achter haar door. Zonder om te kijken neemt ze haar zijden jurk in beide handen en trekt ze over haar hoofd. In één vlotte beweging gooit ze de jurk over de reling. De lichte stof dwarrelt door de lucht en vormt samen met de oranje gloed van de ondergaande zon een melancholisch tafereel. Ook haar jurk verdwijnt onder de brug.

Daar staat ze nu, in haar korte, licht doorschijnende onderjurk van beige zijde. Zonder slip en B.H., juwelen en make-up voelt haar naaktheid ondraaglijk kwetsbaar. Haar armen en benen en ook haar lippen trillen ongecontroleerd. Ze weet niet of het van de koude is of van de paniek die haar hele lichaam overmant. Minutenlang houdt ze zich vast aan de reling en zoekt met gesloten ogen controle over haar adem. Haar voeten lijken versmolten met de grond. Ze leunt voorover en legt haar zware hoofd in haar handen. Ze wacht. Bij elke uitademing verzachten pijnlijke herinneringen en maken plaats voor mooie beelden. Ze denkt terug aan de pracht die ze tijdens haar opdrachten mocht ontdekken, de warme contacten met lokale mensen, de vele kleuren en geuren. Istanbul was haar favoriet. Daar ruilde ze keer op keer de fancy etentjes in voor een lokaal eetkraampje.

Langzaam verzwakt de trilling en maakt plaats voor een warme gloed in haar bleke gezicht. Er stijgt een kracht in haar op die haar spieren bundelt, haar kin opricht en een brede glimlach tovert. Deze keer niet van verborgen eenzaamheid, maar van ongenaakbare trots.

In één ruk draait ze zich om en stapt ongegeneerd door de menigte. Tegen de looprichting in.